|
||
|
boeren en veehouders. Later verrezen daar het Bergkwartier en het Noordenbergkwartier, wijken die tot de oudste van de stad horen. Als eigenlijke stichter van de stad kan de Engelse evangelist Lebuïnus worden beschouwd. Hij stak in het Jaar 768 bij wat nu Wilp heet, de IJssel over en bouwde op een van de rivierduinen een houten kerkje. De Grote- of Lebuïnuskerk, het grootste monument van Overijssel, draagt de naam van de later heilig verklaarde Lebuïnus. Na een bloeiperiode in de Middeleeuwen bleef het inwonertal van de Hanzestad Deventer jarenlang vrijwel ongewijzigd, totdat rond de eeuwwisseling met de industriële revolutie ook Deventer omhoog werd gestoten in de vaart der volken. De oude stad herbergt sinds die tijd een groot aantal ondernemingen waarvan er vele meer dan landelijke faam kregen en nog steeds hebben. Al die bedrijvigheid lokte een groot aantal nieuwe inwoners die in de oude vesting een goede woon- en werkplaats vonden. Ze waren afkomstig uit alle delen van het land. Na de oorlog werden de grenzen nog verder verlegd en bleek de stad als een magneet te werken op veel mensen van elders in Europa en zelfs ver daarbuiten. Het gevolg is dat Deventer vandaag de dag niet alleen een prachtige oude en goed geconserveerde historische binnenstad heeft, maar ook een veelkleurige bevolking. Een rijk geschakeerde groep die langzaam groeit tot een harmonische eenheid. Al die nieuwkomers uit binnen- en buitenland moesten goed kunnen wonen: na de uitbreiding van het Deventer grondgebied in zuidelijke en oostelijke richting ontwikkelde Deventer in het stadsdeel Colmschate een aantal nieuwe stadswijken die een voorbeeld zijn voor de rest van het land als het gaat om verantwoorde, fraaie, gerieflijke en moderne architectuur. Wijken als De Vijfhoek, Op den Haar en straks ook Steinvoorde zijn een voorbeeld van bijdetijdse en comfortabele woningbouw waar men graag wil verblijven. Voor uitgebreide informatie over de Deventer geschiedenis zie: www.deventergeschiedenis.nl
|